Ze begon te schilderen met bergen, rotsen, monolieten, die de tijd lijken te doorstaan, maar uiteindelijk ook onderhevig zijn aan groei en verval. Erosie en slijtage. Later ontwikkelde haar werk zich richting abstract werk, met een minimalistische en geometrische benadering, waarbij ze vaak gebruik maakt van eenvoudige basisvormen zoals vierkanten en lijnen.
Toch is haar werk niet zuiver geometrisch te noemen, want er is tegelijkertijd altijd een vleugje organische vorm of structuur aanwezig. Verder kenmerken haar schilderijen zich door een monumentale en solide leegte. Zonder afleiding. En er schuilt een conceptuele oorsprong in haar schilderijen; deze is ontstaan door haar filosofische interesse in tijd en materie, en in de dialoog met filosofen en wetenschappers.
Naast schilderen, maakt ze ook ruimtelijk werk over verschillende soorten tijd, waaronder diverse ruimtelijke installaties (zoals Wachten Op De Bergen) en werken in de natuur, alsook pentekeningen over langzame tijd (serie Vorm en Leegte).