7 juli 2026
Alex van der Hulst
Mich Fehenmeiser
Het oude schoolplein maakt een desolate indruk en het voormalige schoolgebouw is in verval. Het is een groot contrast met de levendigheid die Khattar Shaheen (1993) uitstraalt. Hij is een van de kunstenaars die gebruikt maakt van de ateliers in Villa Nova, gevestigd aan de Villanovastraat in de Wolfskuil.
Shaheen behoort tot de jongere kunstenaars in het pand. Er zijn er die al dertig jaar in het pand werken, anderen zitten er twintig of vijftien jaar. In het voormalige klaslokaal valt veel licht binnen door de grote ramen. Aan de muren hangen tekeningen en schilderijen. Shaheen heeft een extra ruimte getimmerd voor het atelier waar hij in duisternis kan werken aan animaties. Het lokaal heeft geen centrale verwarming dus in de winter moet hij stoken met een elektrische kachel.
In 2015 vluchtte hij met zijn broer uit Syrië, weg van de oorlog en weg van het bewind van Assad. Het jaar daarvoor was hij afgestudeerd aan de kunstacademie van Damascus. Hij leerde er de traditionele schilderkunst. ‘In Syrië kreeg je vaste opdrachten en werd je verteld wat je moest weten. Onderzoek mocht wel, maar werd niet echt gestimuleerd.’ Na veel omzwervingen kwam Shaheen in de asielopvang van Nederland terecht.
‘Toen ik naar Nederland kwam, maakte ik een tijd niks’, vertelt hij. ‘Ik zat met een schuldgevoel dat ik het gered had tot in Nederland, terwijl familie en vrienden nog in Syrië zaten. Vanuit de opvang ben ik gaan studeren op St. Joost, de kunstacademie in Den Bosch. Het was compleet anders dan in Damascus. Het ging bij St. Joost om storytelling, een verhaal vertellen.’
‘In mijn hoofd zit een vluchtverhaal. In Syrië dacht ik altijd dat de hele wereld naar ons keek, dat ze in andere landen alles wat er bij ons gebeurde op een scherm zagen. Maar dat is niet zo, merk ik nu ik hier ben en je actief op zoek moet naar wat er iedere dag in Gaza gebeurt. Het gaat er wel over in het nieuws, maar niet tot in detail.’
De ontworteling, geheel opnieuw beginnen een leven opbouwen op een compleet andere plek, zorgde voor grote vragen bij Khattar Shaheen: ‘Wat doe ik hier, wat moet ik doen, is kunst nuttig? Dat zijn de vragen die ik me heb gesteld.’
Hij besloot op zijn intuïtie te vertrouwen en kunst te maken over wat hem bezighield. ‘Op St. Joost werd veel met concepten gewerkt. Waar het in Damascus om ambacht draaide, gaat het hier om onderzoek en experiment. De traditie in Damascus is beïnvloed door de socialistische kunst uit Rusland. De belangrijke kunstbewegingen uit de vorige eeuw in Europa, kregen bij ons minder aandacht.’
‘Mijn docenten in Den Bosch waardeerden mijn vaardigheden. Taal was een obstakel waardoor ik mijn best moest doen om te snappen wat ze bedoelden. Het was een spannende tijd. Maar ik werd goed gesteund. Docenten hadden een luisterend oor, gaven me ruimte en vertrouwen, stimuleerden me de waarheid te vertellen. Ze gaven me tips over wat ik kon lezen en kijken.’
Het was een andere studietijd voor Khattar dan voor zijn klasgenoten. Waar zij met feestjes bezig waren, had hij zijn vluchtverhaal te verwerken: ‘Mijn aandacht gaat altijd terug naar de oorlog. Het lukt mij niet om de kunst mooi te maken. Dat is voor iedereen anders. Het leven van Chagall draaide ook om vluchten, maar hij koos voor mooiere dingen. Ik kan niet bezig zijn met korte, hedendaagse thema’s. Onderwerpen als milieu en technologie, daar kan ik niet mee werken. Mijn werk is traumaverwerking, ik ga het niet uit de weg.’
Khattar Shaheen studeerde in 2023 af met de film Dreams of Yesterday. Hij kreeg er de Lucasprijs voor, de afstudeerprijs van St. Joost.
‘Aandacht is het meest belangrijk voor een kunstenaar, zonder aandacht blijft je kunst dood. Je moet dus ook een beetje egoïstisch zijn. Je wil de wereld vertellen over je ervaringen. Veel meer dan je standpunt op te dringen. Alleen al het laten zien van je ervaringen kan voor de kijker een confrontatie opleveren.’
Khattar Shaheen worstelt nog met keuzes. Hij heeft nu de ruimte nog in Villa Nova en tijd die hij volop wil benutten. Maar hoe lang dat nog kan, ligt zowel aan de plannen met Villa Nova (waar woningen in moeten komen) en een subsidieaanvraag die hem de financiële ruimte geeft om door te werken (na afloop van het interview bleek dat deze subsidie werd toegekend, AvdH). Hij probeert op kunstbeurzen te komen om zich te laten zien, een positie in de kunstwereld te bemachtigen, tegelijkertijd zoekt hij naar zijn plek in Nijmegen.
‘Ik mis de kunstscene in Nijmegen. Waar moet ik heen om kunst te zien? Het Valkhof Museum is niet de plek die me trekt. Niet in die mate die De Pont in Tilburg of het Noordbrabants Museum hebben. Over De Pont wordt veel gesproken, het Noord-Brabants Museum is veel thematisch bezig, er worden kunstenaars bij elkaar gezocht.’
‘Ik vind het jammer als kunstenaars zich opstellen als gesloten wezens. Je hebt een ander kunstenaarsoog nodig. Het gaat om communicatie. Voor het vinden van kansen heb je anderen nodig, ik kan niks alleen. Een ateliergebouw met veel onderlinge contacten kan ook mogelijkheden bieden. Het gaat om het samenwerken.’
Met alles wat er in zijn leven al is gebeurd, is Khattar Shaheen tot een duidelijke conclusie gekomen. Zijn bestaan draait om kunst. Het is zijn levensader. ‘En dan vooral storytelling, datgene waarmee je anderen inspireert. Kunst fungeert als een waarschuwing en kan ook werken als protest. Het is een totaal andere manier van denken dan alleen maar kapitalistisch denken. Kunst is heel belangrijk voor mij, het is geen bijzaak, het is zelfs het enige nuttige ding in het leven. Kunst is een medicijn.’