Reactie BKN op rapport Blueyard

Reactie BKN op rapport Blueyard
Reactie BKN op rapport Blueyard

1. Inleiding
Hierbij ontvangt u de reactie van het netwerk Beeldende Kunst Nijmegen (BKN) op het onderzoek ‘De staat van cultuur in Nijmegen; bouwstenen voor een nieuwe cultuurvisie’ van Blueyard. Hierbij doen wij tevens aanbevelingen doen voor het nieuwe cultuurbeleid van de gemeente Nijmegen. Allereerst hebben wij waardering voor het initiatief om een herijking van het cultuurbeleid te beginnen met een onafhankelijke blik van buiten. Dit heeft wat ons betreft goed gewerkt. Blueyard werkt vanuit een doordacht theoretisch kader waarin de kwaliteit van de kunst en cultuur belangrijk wordt gevonden, doch men stelt dat een lokale overheid zich niet zou moeten richten op de kwaliteit/waarde van de kunst en cultuur doch op de betekenissen ervan cq. de impact op welvaart en welzijn van de stad. Die nadruk op welvaart en welzijn mag op het eerste gezicht wellicht wat instrumenteel overkomen, mar het blijkt wel een verfrissende en praktische invalshoek te zijn van waaruit het onderzoeksmateriaal goed geduid kon worden.  Het onderzoek omvat het gehele kunst-, cultuur, en erfgoedbeleid binnen de gemeente, en is daarmee relatief breed van opzet. Hierdoor komen een aantal observaties en aanbevelingen over specifiek de beeldende kunstsector wat minder uit de verf. Blueyard heeft vorig jaar de beeldende kunstsector onderzocht1. Onderzoeksgebied was de provincie Gelderland (dus ook Nijmegen) en de gemeente Arnhem. In dit onderzoek is een aantal observaties en aanbevelingen gedaan over de beeldende kunstsector die wij voor de nieuwe cultuurvisie van Nijmegen van belang achten. Wij zullen in onze reactie daarom ook de resultaten van dit onderzoek betrekken. 
 
2. De observaties van Blueyard op de beeldende kunstsector
Blueyard observeert dat de beeldende kunstsector in Nijmegen zwak vertegenwoordigd is en dat hedendaagse of actuele beeldende kunst in Nijmegen weinig aandacht krijgen. Slechts één museum kan als beeldende kunstmuseum gecategoriseerd worden (Valkhof), echter dit museum heeft naar zeggen van Blueyard de afgelopen jaren nauwelijks aandacht voor moderne of hedendaagse beeldende kunst gehad. In het Gelderse onderzoek uit 2018 naar de beeldende kunstsector constateert Blueyard dat er binnen de beeldende kunst infrastructuur vooral een groot knelpunt zit in het ‘middengebied’: het ontbreekt aan presentatie-instellingen voor moderne beeldende kunst. In de woorden van Blueyard ‘zwak of niet ingevuld’.  In heel Gelderland wordt alleen Extrapool genoemd als middenpodium (echter deze richt zich volgens Blueyard op een kleine niche). In Gelderland ontbreekt er eveneens een kunsthal: een grote presentatieruimte voor beeldende kunst waarin tegelijkertijd diverse tijdelijke exposities beeldende kunst zichtbaar zijn.  Beeldende Kunst Nijmegen kan dit betoog goed volgen. Echter we zien recent wel een nieuwe dynamiek binnen de beeldende kunstsector in Nijmegen, waarbij beeldende kunst partijen elkaar weten te vinden en onderling actiever met elkaar contact onderhouden dan voorheen. Om een algemene schets te geven: er zijn recent nieuwe initiatieven voor beeldende kunst geopend, gevestigde instellingen bieden structureel een kwalitatief aanbod beeldende kunst, zijn er meerdere commerciële galeries in Nijmegen, zijn er een aantal festivals voor beeldende kunst waar samenwerkingen tussen instellingen tot stand komen en zijn er andere partijen die werken in de openbare ruimte en/of zijn actief placemaking van specifieke gebieden. Al deze partijen worden ondergebracht in het platform Beeldende Kunst Nijmegen (BKN). Naar ons weten heeft Blueyard slechts met enkele partijen gesproken, en heeft daarom wat ons betreft geen accuraat beeld van de beeldende kunstsector. Op de website www.beeldendekunstnijmegen.nl is een accuratere versie van het beeldende kunstveld van en rondom Nijmegen te vinden, en waar meer informatie is te vinden over elke partij die is aangesloten bij het BKN.  We zeggen niet dat het voldoende is, en niet dat er geen probleem zou zijn met de beeldende kunstsector in Nijmegen, maar we constateren wel dat er juist in Nijmegen jonge mensen aan de slag zijn gegaan die met vernieuwende initiatieven komen of bestaande instellingen nieuw leven inblazen, en dat deze mensen elkaar goed weten te vinden en goed kunnen samenwerken. In onze optiek biedt dit aanknopingspunten om in de komende tijd de beeldende kunstsector in Nijmegen met doordacht beleid gericht verder te ontwikkelen.    3. Aanbevelingen voor het toekomstige Nijmeegse kunst- en cultuurbeleid Beeldende Kunst Nijmegen doet de volgende aanbevelingen voor het toekomstige Nijmeegse kunst- en cultuurbeleid. 
 
(1) Beeldende kunst als speerpunt 
Waar Nijmegen nu vooral bekend is om festivals, popmuziek, jazz, film en literatuur, zoals Blueyard constateert, zou beeldende kunst de volgende sector moeten zijn waarin Nijmegen zich onderscheidt. In de individuele en collectieve betekenissencirkel van Blueyard zijn er binnen Kunst en Cultuur weinig sectoren die van groter belang zijn. In de worden van Blueyard (na de observatie dat Nijmegen geen beeldende kunststad is): ‘En dat terwijl er veel voor te zeggen valt dat een stad als Nijmegen, gezien de vraag van de (in dit geval) hoogopgeleide bevolkingsgroepen zich inzet voor een hoogwaardig aanbod van beeldende kunst’. Naast de aldus door Blueyard omschreven bijdrage van beeldende kunst aan het leefklimaat voor hoger opgeleiden zijn er in onze optiek overigens veel meer betekenissen van (het kunnen ervaren van) beeldende kunst, zowel op individueel als collectief niveau.  
 
(2) Stimuleren eigen profiel, maar ook programmatische samenwerking
Instellingen voor beeldende kunst hebben in de loop van de tijd een eigen profiel ontwikkeld en spreken hiermee specifieke doelgroepen aan. Het is van belang die eigenheid te blijven herkennen en versterken, zodat een pluriforme en veelzijdige infrastructuur voor kunstenaars en publiek beschikbaar blijft. BKN onderstreept daarmee het belang van de bestaande partijen en roept deze partijen te blijven ondersteunen en zelfs te ‘versterken’ door het beschikbaar stellen van meer (financiële) middelen voor deze partijen. Hiernaast zouden instellingen – met behoud van de eigen invalshoek -  ook programmatisch kunnen samenwerken rondom een bepaald thema en daarbij beeldende kunst van hoge kwaliteit programmeren. Hier zou BKN eventueel een rol in kunnen vervullen als ‘mediator’.  

 (3) Een kunstcentrum / nieuwe locaties en presentatieruimtes / kunsthal
Het is voor een stad als Nijmegen urgent om meer locaties te ontwikkelen voor de presentatie van beeldende kunst. Uit het Gelderse onderzoek van Blueyard wordt dit immers voor de gehele provincie als het voornaamste knelpunt gezien binnen de keten. Hiertoe moeten nieuwe locaties gerealiseerd worden. Met name grotere presentatieruimtes of eventueel een kunsthal zouden een goede aanvulling op de bestaande infrastructuur zijn. In transformatieplekken zoals de NYMA dient in overleg met het veld nagegaan te worden of en hoe een presentatie-instelling voor beeldende kunst vormgeven kan worden, als nieuwe instelling of als samenwerkingsverband van bestaande instellingen.  
 
(4) Subsidiebeleid instellingen, projecten en programma’s 
Voor wat betreft de financiering van grotere en kleinere instellingen, onderschrijft de BKN de aanbeveling om te werken met zelfevaluaties en het opstellen van businessplannen. De huidige subsidierelaties moeten opnieuw bekeken worden, waarna nieuwe subsidies worden vastgesteld over een meerjaren periode zodat een instelling vanuit een stabiele financiële situatie de kans krijgt zich te ontwikkelen.  De gedachte om voor projectsubsidies te matchen lijkt aantrekkelijk: als een organisatie erin slaagt landelijke of Europese subsidiegelden binnen te halen, subsidieert de gemeente Nijmegen automatisch mee voor eenzelfde bedrag (eventueel tot een bepaald maximum). Naast dat dit heel stimulerend werkt om vanuit het landelijke niveau meer subsidies naar Nijmegen te halen, is er ook al een relevante peer groep geweest die de kwaliteit heeft beoordeeld van een aanvraag. Echter het matchen moet andersom niet betekenen dat projecten die (nog) geen landelijke financiering hebben gekregen, geen kans meer maken op projectmatige subsidies. Een commissie/commissies vanuit de stad zelf kunnen ook beter de samenhang beoordelen binnen het gehele stadsprogramma. En beoordeling vanuit de stad bevordert juist ook inhoudelijke betrokkenheid bij de uitvoering en impact van het cultuurprogramma.  Hiernaast onderschrijft de BKN de noodzaak om op meerdere momenten in het jaar, of zelfs op continue basis, projecten te kunnen indienen. Voor kleinere projecten zou een versnelde en vereenvoudigde procedure gevolgd moeten kunnen worden, zodat ook kunstenaars zelf dergelijke aanvragen kunnen indienen.  
 
(5) Inbedding atelierruimtes in ruimtelijke ontwikkeling
BKN acht het van groot belang dat er naast de tijdelijke atelierruimtes via SLAK, voldoende structurele atelierruimtes en werkplaatsruimtes voor kunstenaars en ontwerpers beschikbaar komen en betreurt het dat de aandacht hiervoor in de nieuwbouwplannen van de gemeente lijkt te zijn weggezakt. Er is onverkort grote behoefte aan bijv. gecombineerde atelier-woonruimtes zoals destijds gerealiseerd aan de Vrouwe Udasingel. Hoe meer dergelijke plekken aanwezig zijn, hoe meer kunstenaars, ontwerpers en andere creatieven de mogelijkheden krijgen zich te ontwikkelen. Juist ook in nieuwbouwwijken draagt dit zeer bij aan de leefbaarheid (ook op langere termijn). In de ruimtelijke ontwikkelingsplannen van de gemeente dient dit als opgave te worden meegenomen.  

(6) Ook focus op kunstinhoudelijke kwaliteit en vernieuwing
Natuurlijk zijn bezoekersaantallen van belang. Echter naar de optiek van BKN dient er sterk voor gewaakt te worden dat er een eenzijdige focus op ‘blockbuster’ tentoonstellingen komt te liggen. Het is van belang dat beleid, subsidies en keuzes maken gebaseerd wordt op expertise of in samenwerking met de sector of door bijvoorbeeld een externe kunstcommissie die het belang, positie en kwaliteit van ieder onderdeel uit de kunstecologie adequaat kan inschatten. Hiermee wordt voorkomen dat er keuzes worden gemaakt uit enkel en alleen om artistiek-loze en formele gronden, of enkel en alleen vanwege economisch rendement. We zien gevaren in een externe kunstcommissie indien dit een vast klein team betreft: deze kan nooit het gehele relevante veld en alle stromingen binnen de beeldende kunst overzien. Beter is het om per opdracht een relevante peer groep samen te stellen, in overleg met het veld.  In de te ontwikkelen cultuurvisie is het van belang dat de gemeente een visie ontwikkelt op de waarde van kunst voor de samenleving, en dus stad. Deze visie moet breed uitgedragen worden door de gemeente (dus ook reproduceerbaar door bijv. beleidsmedewerkers), en niet alleen gestoeld zijn op economische uitkomsten, zoals hogere prijzen van huizen in een cultureel aantrekkelijke buurt, maar gaan over fundamentele waarde van kunst en cultuur 
 
(7) Naleven fair practice code 
De fair practice code is een normatief kader voor duurzaam, eerlijk en transparant ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie. De code nodigt uit om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor een Fair Chain, waar kunstenaars en creatieven een Fair Share en Fair Pay toekomt van de waarde van hun vakmanschap, zeggingskracht en uniciteit in de samenleving. Wij achten het van belang dat de gemeente Nijmegen in opdrachtgeverschap en kunst- en cultuurprojecten de fair practice code omarmt en van instellingen vraagt om dit ook te doen. Dit betekent ook dat de € 35 uurloon grens die de gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland in veel gevallen als maxima hanteren, niet langer als automatisme gehandhaafd kan blijven. 
 
Nijmegen, 15 juni 2019 Beeldende kunst Nijmegen
www.beeldendekunstnijmegen.nl  

Loading...

Beeldende Kunst Nijmegen Partners

Bezoek ook Beeldende Kunst Arnhem

Beeldende Kunst Arnhem