9 juli 2026
Alex van der Hulst
Mich Fesenmeier
In Nijmegen-West, achter een grote fitnessloods, liggen oefenruimtes met daarbij één atelier. Kasper van Moll (1992), de gebruiker van dat atelier, is dan wel weer een kunstenaar die volop muziek in zijn werk heeft toegevoegd. Onder andere via het collectief Broken Toaster Records.
Hij zal niet lang meer gebruik maken van het compacte, netjes georganiseerde atelier, met zelfgebouwde opslag voor zijn doeken en materialen, een bureau en een wand waarop werken hangen die af zijn of waar nog aan gewerkt wordt. Van Moll verhuist zijn spullen naar de zolder van zijn nieuwe woning. ‘De afweging was of het voordeel van een afzonderlijke plek opwoog tegen de kosten van dit atelier. Ik ga het daarom eens thuis proberen en kijken hoe dat uitpakt. Ik moet mijn tijd verdelen tussen mijn gezin, mijn baan bij Expo Bart en mijn kunstenaarspraktijk. Een atelier aan huis geeft hopelijk de gelegenheid om makkelijker in de avonduren aan mijn kunst te werken.’
Kasper van Moll zit niet vijf dagen per week in zijn atelier. ‘Die ambitie heb ik ook nooit gehad’, zegt hij. ‘Ik wil graag fulltime kunstenaar kunnen zijn, maar dat betekent voor mij niet dat je dan ook de hele dag tegenover een doek zit. Daar ligt mijn ambitie niet. Voor mij heeft kunstenaar zijn ook te maken met ontmoeting en verbinding, dat vind je niet als je de hele dag in je atelier zit.’
Als artistiek leider werkt van Moll voor Expo Bart in Nijmegen, daarnaast zit hij één dag in de week in zijn atelier om fysiek aan zijn kunst te werken. Eerder in zijn loopbaan, met ondersteuning van de gemeente Arnhem, was hij wel fulltime alleen maar met zijn eigen werk bezig. ‘Ik had geen prestatiedruk om werk te verkopen, dus ik kon mij volledig om mijn eigen ontwikkeling concentreren.’
Er zijn talloze manieren waarop je een beroepspraktijk als kunstenaar kunt invullen, vertelt Van Moll. Een daarvan bestaat het opbouwen van relaties en netwerken in de sector. Diezelfde sector kan zorgen voor steun en financiering bij zorgvuldig geformuleerde en gepresenteerde plannen en ideeën. ‘Dat vergt een vorm van innerlijke reflectie en je moet jezelf ook nog goed kunnen positioneren’, legt Van Moll uit.
Dat niet alleen na, maar ook tijdens de kunstopleiding studenten worden voorbereid op een leven na de academie vindt Van Moll van groot belang. ‘Of je nu student bent of niet, als kunstenaar moet je om je heen kijken waar jouw werk past, waar je je mee verbonden voelt en waar je graag naartoe wilt. Daarnaast steek je tijd in je eigen praktijk. Dat naar binnen en naar buiten kijken, sluit elkaar niet uit, maar voedt elkaar juist.’
Die combinatie van een blik naar binnen en naar buiten was rond zijn afstuderen tien jaar geleden een minder prominent onderdeel van de opleiding. ‘Het helpt beginnende kunstenaars als je afstudeerwerk centraal wordt gepresenteerd, en aandacht krijgt in bijvoorbeeld een tijdschrift als Metropolis M. Internationale samenwerking kan ook veel deuren openen. Maar als je nog op die opleiding zit, in ieder geval in mijn tijd, krijg je daar nog weinig van mee en ben je meer op je eigen werk gericht.’
Enkele jaren werkte Van Moll in Arnhem, de stad waar hij ook afstudeerde bij ArtEZ. Hij kon atelierruimte huren via stichting SLAK. Ook had de stad veel te bieden aan jonge afstudeerders. ‘Je hebt The Hub waar studenten en alumni terecht kunnen. Je wordt daar echt geholpen.’
Over de verschillen tussen Arnhem en Nijmegen voor een beeldend kunstenaar zegt Van Moll dat de kunstenaarsscene in Arnhem voor hem actiever lijkt dan in Nijmegen. ‘Het barst er van de makers. Vreemd is het wel dat er lang geen atelierbeleid is geweest. Het is raar als er lege plekken zijn waar je als kunstenaar iets mee kunt maar waar dan niks mee gebeurt. Al zijn die lege plekken – en dus de potentiële ateliers en galeries - nu steeds sneller aan het verdwijnen.’
In Arnhem is er veel te doen voor kunstenaars, aldus Van Moll. ‘Er waren altijd wel openingen van tentoonstellingen in Collectie De Groen of Omstand en daar kom je iedereen tegen: van beginnende kunstenaars tot mid career kunstenaars. Dat is, zover ik weet, minder in Nijmegen.’
‘RUIS en Rosie’s verhuizen nu naar de Honig en bij Expo Bart gebeurt veel’, zegt Van Moll over de Nijmeegse expositieruimtes. Atelierruimte is altijd een pijnpunt voor jonge kunstenaars. ‘Ik heb vaak moeten zoeken en geregeld tijdelijk ergens gezeten, dan ging ik een half jaar voor ik weg moest weer zoeken naar iets nieuws. Dan kun je zo de plekken aan elkaar binden. In Nijmegen is de Nyma makersplaats erg mooi, maar qua huurkosten niet aantrekkelijk voor beginnende kunstenaars. Je betaalt er natuurlijk voor permanentie. Dat is op te brengen als je een goed draaiende praktijk hebt, maar niet als je als zoveel kunstenaars wisselende inkomsten hebt.’
Van Moll is allesbehalve een solist. ‘Voor mij was het community aspect belangrijk tijdens de opleiding. Ik ben afgestudeerd met het collectief Broken Toaster Records. Muziek en kunst kwamen samen. Ieder had daarnaast een individuele praktijk. We waren met drie en we deden performances. Een optreden verliep vaak volgens een vast patroon. Na een kwartier was de helft van het publiek verdwenen. Uiteindelijk bleven er een man of drie over waarvan er twee het geweldig vonden en waar weer een nieuw optreden uit volgde.’
‘We zijn inmiddels allemaal vader geworden. Nog steeds worden we af en toe gevraagd voor een optreden, zoals afgelopen september bij de Kunstnacht, waar we in de Merleyn in ruil voor goede ideeën of performances geld uitdeelden aan het publiek. Maar we richten ons nu vooral op onze eigen praktijk.’
Op het moment is Van Moll in zijn solowerk bezig met het hergebruiken van zelfgemaakte foto’s in combinatie met blauwdruk en schildertechniek. ‘Het groteske interesseert me nu heel erg. Ik houd ook van het mengen van technieken. Op uitnodiging heeft er pas een groot werk van mij in de Stevenskerk gehangen waarbij ik de mensen van platenzaak de Waaghals heb gevraagd er een soundtrack bij te maken. ‘Zij kwamen toen met een mixtape die gedurende de expositie in de kerk werd afgespeeld. Hij is nu ook op cassette uitgebracht.’
Dat hij uiteindelijk lang als enige beeldend kunstenaar tussen de muzikanten en hun oefenruimtes heeft gezeten, vindt hij niet raar. ‘In een atelier moet ook een beetje reuring zijn om je heen, anders wordt het net als een kantoor. Die andere mensen zijn er niet om samen mee te werken, maar vanwege de energie. Ik ben benieuwd hoe dat zal uitpakken nu ik mijn atelier naar huis verplaats. Ik ga de ruimte delen met mijn vriendin, die allerlei mooie dingen maakt achter de naaimachine. Wie weet, misschien ontstaan er wel nieuwe werken uit.’